Ontwikkelingsvoorsprong of leervoorsprong?
Wanneer een kleuter opvalt door wat hij of zij al kan, is die vraag heel begrijpelijk. Toch is het belangrijk om een onderscheid te maken tussen een leervoorsprong en een ontwikkelingsvoorsprong. Die twee worden vaak door elkaar gebruikt, terwijl ze iets heel anders vertellen over jouw kind. We merkten dat er nog veel verwarring rondgaat over wat het verschil is tussen ontwikkelingsvoorsprong en een leervoorsprong. Het is een van onze Feiten & Fabels
- “Mijn kleuter leest al eenvoudige boekjes.”
- “Ze rekent vlot tot honderd.”
- “Hij stelt vragen waar ik zelf even over moet nadenken.”
Het zijn uitspraken die veel ouders doen afvragen: Zou mijn kind hoogbegaafd zijn?
Bij kleuters spreken we nog niet over hoogbegaafdheid
Hoogbegaafdheid is veel meer dan vroeg kunnen lezen of goed zijn met cijfers. Het gaat over de manier waarop een kind denkt, leert, voelt en zich ontwikkelt. Daarom spreken we bij kleuters meestal niet over hoogbegaafdheid, maar over een ontwikkelingsvoorsprong. Pas wanneer kinderen in de lagere school komen, wordt het mogelijk om een vollediger beeld te krijgen van hun cognitieve mogelijkheden en van hoe die zich verhouden tot hun totale ontwikkeling.
De ontwikkeling van jonge kinderen verloopt immers vaak in sprongen. Sommige kinderen lopen op jonge leeftijd voor, terwijl anderen pas later tonen wat ze in hun mars hebben. Het is ook normaal dat hoogbegaafde kinderen asynchroon ontwikkelen, ze staan niet allemaal even ver op zowel het cognitieve of sociale en emotionele gebied op hetzelfde moment. In een begaafdheidsonderzoek moet dus breed worden gekeken naar de ontwikkeling, gekaderd binnen de ontwikkelingsmijlpalen.
Een leervoorsprong = snel leren op bepaalde gebieden
Sommige kleuters pikken letters, cijfers of andere leerinhouden bijzonder snel op. Ze genieten van taakjes, willen oefenen en vinden het leuk om nieuwe dingen te leren.
Kinderen met een leervoorsprong herkennen we vaak aan kenmerken zoals:
- een voorsprong op leervlak, maar niet noodzakelijk in hun algemene ontwikkeling
- graag werkblaadjes of taakjes maken
- een grote interesse in zelfgekozen thema’s
- vlot omgaan met letters en/of cijfers
- een leerproces dat mooi stapsgewijs te volgen is
Deze kinderen hebben duidelijk nood aan uitdaging om gemotiveerd te blijven. Extra verrijking en verbreding kunnen hen helpen om gemotiveerd te blijven en plezier te ervaren in het leren.
Een ontwikkelingsvoorsprong = een bredere manier van ontwikkelen
Bij een ontwikkelingsvoorsprong zien we iets anders. De voorsprong beperkt zich niet tot schoolse vaardigheden, maar is zichtbaar op verschillende ontwikkelingsgebieden. Deze kinderen willen vaak niet alleen iets leren, maar vooral begrijpen. Hun nieuwsgierigheid is breed en komt voort uit een diepe interesse in hoe de wereld in elkaar zit.
Mogelijke kenmerken zijn:
- een voorsprong op verschillende ontwikkelingsdomeinen (sociaal, emotioneel, motorisch
- een sterke intrinsieke motivatie om te leren en te begrijpen
- een brede nieuwsgierigheid
- perfectionisme omdat het geproduceerde overeen moet komen met de werkelijkheid
- faalangst (vaak geuit in weigeren) wanneer iets niet meteen lukt
- leiderschapskwaliteiten
- een sterke behoefte aan structuur en duidelijkheid
- interesse in leren in de breedste betekenis van het woord
- een ontwikkeling die vaak in sprongen verloopt
- intense emoties en een grote gevoeligheid
- emotionele uitbarstingen die ze thuis tonen
Geen enkel kind zal al deze kenmerken vertonen, en geen enkel kenmerk op zich zegt voldoende. Het is net het totaalplaatje dat belangrijk is.
Waarom dit verschil zo belangrijk is
Wanneer een kleuter al ver voorloopt op schoolse vaardigheden, ontstaat al snel de vraag of een versnelling wenselijk is, maar er is voorzichtigheid geboden.
Wanneer we enkel didactisch gaan doortoetsen (bv. door te kijken welke leerstof een kind al beheerst), meten we vooral de leervoorsprong. We krijgen een beeld van wat een kind al geleerd heeft, maar veel minder van hoe het zich als geheel ontwikkelt.
De beslissing om een kleuter te versnellen, uitsluitend op basis van die schoolse voorsprong, is daarom niet altijd in het belang van het kind op langere termijn. Een ontwikkelingsvoorsprong gaat immers over veel meer dan cognitieve kennis alleen. Ook de sociale, emotionele en motorische ontwikkeling verdienen een even belangrijke plaats in die afweging.
Dat betekent uiteraard niet dat een kind met een leervoorsprong moet wachten of afgeremd moet worden, integendeel! Deze kinderen hebben vaak nood aan extra uitdaging, verrijking en verbreding. Door hen uitdagende taakjes, nieuwe materialen of verdiepende activiteiten aan te bieden, blijft hun nieuwsgierigheid gevoed zonder dat ze ontwikkelingsstappen overslaan waarvoor ze misschien (later) nog tijd nodig hebben.
De kleutertijd is geen race
Als ouder is het soms verleidelijk om te denken dat sneller altijd beter is. Maar kleuters leren op een heel andere manier dan kinderen in de lagere school.
Verveling kan je voor kleuters op veel verschillende manieren aanpakken. Hun belangrijkste leerschool is en blijft het spel. Door te bouwen, te experimenteren, te bewegen, samen te spelen, ruzie te maken en weer op te lossen,… ontwikkelen ze vaardigheden die minstens even belangrijk zijn als leren lezen of rekenen. Zelfstandigheid, samenwerken, creativiteit, emotieregulatie, doorzetten, plannen… het zijn allemaal vaardigheden die groeien doordat kinderen ze mogen beleven en oefenen in de kleutertijd. Sommige dingen kan je niet leren door er alleen over na te denken. Je leert ze door ze te doen, opnieuw en opnieuw en opnieuw!
Daarom is het zo belangrijk om kinderen ook echt kleuter te laten zijn. Een rijke kleutertijd vormt de basis voor alles wat daarna komt!
Kijk verder dan wat een kind al kan
Een kleuter die vroeg leest of vlot rekent, verdient onze aandacht. Maar nog belangrijker is de vraag hoe dat kind leert, denkt, voelt en zich ontwikkelt. Niet elke leervoorsprong wijst op een ontwikkelingsvoorsprong. En niet elke ontwikkelingsvoorsprong uit zich in spectaculaire schoolse prestaties.
Door naar het hele kind te kijken, kunnen we beter aansluiten bij wat het echt nodig heeft. Soms is dat extra uitdaging, soms is dat meer begrip voor de intense manier waarop een kind de wereld beleeft. En heel vaak is het gewoon de ruimte krijgen om al spelend te groeien, want uiteindelijk is dat precies waar de kleutertijd voor bedoeld is.
“Herken jij je kleuter in één van deze beschrijvingen? Onthoud dan vooral dat geen enkel kenmerk op zichzelf iets bewijst. Het verhaal achter je kind is altijd belangrijker dan een lijstje kenmerken.”
Heb jij dit boek al in huis?
Feiten & Fabels
àlles wat je moet weten over hoogbegaafdheid
Dat we in 2025 nog 700 Fabels konden bedenken… (Tania)
Onvoorstelbaar om op deze manier zoveel mogelijk ouders te kunnen helpen (Lies)
Dankbaar voor de vele gezinnen die het vertrouwen in ons hebben geuit in de voorbije 20 jaar (Tania & Lies)
Super trots op de hoogbegaafden waarbij we van dichtbij hun talentontwikkeling zien waarmaken (Tania, Lies & team)
Dat we nog een tijd doorgaan! (Tania & Lies & team)
Over de auteurs
Annelies ‘Lies’ Thomas, mama van 4 puberende meiden, is kind- en jongerenpsychotherapeut (AIHP) en Talentbegeleider (Novilo). In 2024 werd ze businesspartner van Tania Gevaert bij Samen Slimmer Groeien.
Voordien heeft zij meer dan 10 jaar voor de klas gestaan. Inmiddels ruim bijgeschoold in hoogbegaafdheid en diagnostiek. Lies is deskundige in hoogbegaafdheid en zet zich in de praktijk in voor het begeleiden en coachen van kinderen en jongeren. Voor psychodiagnostiek richt zij zich zowel op kinderen, jongeren alsook op volwassenen. Bij Samen Slimmer Groeien is ze vooral actief op de locaties in Hasselt en Turnhout.
Creativiteit is een rode draad doorheen het pad dat ze tot nu toe bewandeld heeft. Ze heeft een basis als muziekpedagoog.
Tania Gevaert stuurt samen met Lies Thomas Samen Slimmer Groeien aan. Zij is tevens co-stichter van het Steunpunt Onderpresteren vzw. Tania is psychotherapeut en ECHA specialist in Gifted Education. Ze studeerde reeds meer dan 15 jaar aan internationaal gerenommeerde instellingen (AIHP, Korzybski International, KULeuven, Radboud Universiteit, …). Ze is spreker op internationale congressen waar ze haar praktijkonderzoek deelt.
In het dagelijks werk begeleidt ze ouders, jongeren en volwassenen die hulp zoeken bij het hoogbegaafd zijn. Tania is co-auteur van het boek “Slim onderpresteren aanpakken”, “Wardje Wijsneus” en “Feiten & Fabels” en auteur van de boeken “De slimme onderpresteerder” en “Hoogbegaafd opvoeden.”



